- 16 maart 2020 -

Hechte huisartsenzorg in de mijnstreek

In de Mijnstreek werken huisartsen en zorggroep van oudsher nauw samen. De laatste jaren krijgt de samenwerking steeds meer een regionaal karakter. De bouwstenen voor regionale samenwerking die InEen, LHV en NHG ontwikkelden (zie hechtehuisartsenzorg.nl) komen goed van pas. Esther van Engelshoven, directeur Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg (HOZL): “Ze geven ons verder richting. Voor onze achterban is het belangrijk dat ook de beroepsorganisaties van huisartsen de uitgangspunten voor regionaal samenwerken ondersteunen.” Luc Harings, voorzitter van de Medische Staf Huisartsen (MSH) in de regio, beaamt dit.

Ook in Oostelijk Zuid-Limburg is een duurzame en toekomstbestendige eerstelijnszorg het doel. De zorggroep HOZL ontwikkelde zich de afgelopen jaren tot een eerstelijnsorganisatie met een breed pakket aan geïntegreerde diensten en experimenteert in zogenoemde pluspraktijken met nieuwe innovatieve zorgaanpakken. Dit alles in nauwe samenwerking met de Medische Staf Huisartsen (MSH) waarin de huisartsen in de regio al bijna 75 jaar verenigd zijn. De samenwerking met MSH is geïntegreerd in de governance van de zorggroep. Van Engelshoven: “We kunnen niet zonder elkaar. Ik kan als zorggroep niet in een groter verband gaan onderhandelen, als ik niet kan waarmaken dat onze huisartsen zich doorontwikkelen.”

Urgentie
Het ervaren van een gezamenlijke urgentie is wat Van Engelshoven betreft de eerste randvoorwaarde voor samenwerken in de regio. Deze urgentie kwam onder andere op tafel te liggen door het regiobeeldplan dat de zorggroep samen met de MSH, het ziekenhuis, de VVT-instellingen en de zorgverzekeraar maakte. De uitdagingen zijn niet gering. De Mijnstreek heeft een vergrijzende, krimpende en ongezonde populatie die veel zorg en ondersteuning nodig heeft. Tel daarbij op het wegtrekken van jonge mensen (ontgroening) en grote krapte op de arbeidsmarkt voor huisartsen en ondersteunende professionals. Al een tijd zijn de zorgkosten in de regio te hoog. Het is iedereen duidelijk dat oplossingen een gezamenlijke totaalvisie nodig hebben. “Het is een drieluik”, zegt Van Engelshoven. “Met de MSH werken we uit wat we moeten investeren in de praktijken, wat we moeten investeren in de wijken en welke regionale afspraken daarvoor nodig zijn.” De inhoudelijke ingrediënten zijn wat HOZL en MSH betreft: enerzijds zo thuis mogelijk en lijnloos samenwerken met de eerstelijnspartners, het sociaal domein, de GGZ en de VVT. Als eerste gaat daarbij de aandacht uit naar chronisch zieken en kwetsbare ouderen. Anderzijds zetten HOZL en MSH fors in op persoonsgerichte zorg en – gebruik makend van digitale technieken – zorg op afstand.

Governance
Harings: “Bestuurders en financiers kijken anders naar de zorg en hebben een wezenlijk andere invalshoek dan huisartsen. Bovendien doktert elke huisarts op een andere manier. Toch moeten we een gemeenschappelijke koers vinden en daarvoor moeten we – in alle openheid – stevig met elkaar in discussie kunnen gaan.” Harings vindt het monodisciplinaire karakter van MSH belangrijk. Het zorgt voor een gedragen koers en aanspreekbaarheid. Even belangrijk is de intensieve – op bestuursniveau geborgde – samenwerking met de multidisciplinaire zorggroep. Afgesproken is dat MSH zich richt op het medische beleid en HOZL de meer uitvoerend rol op zich neemt in het organiseren van de zorg en het inkopen bij de zorgverzekeraar. Commissies van huisartsen buigen zich – met mandaat vanuit hun achterban – over vraagstukken als: wat moet je in de wijk organiseren? Hoe ziet een goed MDO eruit? Hoe regel je onderlinge vervanging om continuïteit van zorg te krijgen in een gebied? Van Engelshoven: “Zo komt het eigenaarschap van de oplossingen bij de huisartsen te liggen. Dat is naast een gedeelde urgentie de tweede belangrijke voorwaarde voor een goede samenwerking.”

Winst
Gevraagd naar het belang van regionale samenwerking zegt Harings: “Huisartsen kunnen er niks meer bij hebben. Ik zie daarom twee sporen. Er moet een ander type zorg komen, tussen de lijnen in, zorg die we samen met het ziekenhuis, de VVT en de andere zorgprofessionals organiseren. Zo kunnen we de zorgkosten omlaag krijgen. Daarnaast zijn we bezig met de vraag hoe de praktijk van de toekomst eruitziet. Zoals besproken in Woudschoten willen we als MSH dat de praktijken zich transformeren van A naar B en C praktijken. Hoe gaan we dat regionaal met onze ketenpartners organiseren? Wat hebben de huisartspraktijken nodig? Met een goed georganiseerd zorgnetwerk kun je de patiënten beter verder helpen. Dat geeft misschien niet meer tijd, maar wel meer comfort en voldoening.”

Ten derde verwacht Harings veel van het regionaal onderhandelen met de zorgverzekeraar. “Als je goed in beeld hebt welke kant het op moet met de regio, sta je samen sterker.” Van Engelshoven is het daar van harte mee eens. “We zijn met CZ in gesprek over een regiocontract voor O&I en S3, via de zorggroep. Op basis van ons regiobeeldplan willen we beide pakketten zelf invullen. We gaan uit van de landelijke parameters, maar willen zelf bepalen wat we nodig hebben om in onze regio innovatie en een goede kwaliteit te realiseren.”

Ga naar hechtehuisartsenzorg.nl voor informatie over structureel samenwerken in de regio, de bouwstenen en meer verhalen van huisartsen en bestuurders van huisartsenorganisaties.

Bron: InEen